Op de dokterspost aangekomen zagen ze gelijk hoe ziek ik was en ze maakten gelijk een bed voor me klaar. De volgende dag wisten de doktoren nog steeds niet wat ik mankeerde. Ik verkeerde inmiddels al in shock en was zeer benauwd. Ze hebben mij meteen aan de beademing gelegd en in een kunstmatige coma gebracht om mijn lichaam zoveel mogelijk rust te geven. Toen bleek het dat ik de MRSA bacterie had, een zeer agressieve resistente bacterie. Ook kreeg ik een septische shock waarbij mijn longen en nieren uitvielen.

Toen ze na negen dagen coma, aan mijn familie vertelden dat ik dit waarschijnlijk niet ging overleven, was de hel op aarde losgebroken. Wekenlang lag ik in een kunstmatige coma en mijn overlevingskans was nihil. Totdat ze mij in juni weer wakker hebben gemaakt. Ik lag in een piepklein kamertje aan allemaal apparatuur en ik lag nog steeds aan de beademing en moest communiceren via een letterbord. Op dat moment was ik vrij goed bij, alleen was elk verhaal wat ze me vertelden net of ik het voor t eerst hoorde maar dit kwam ook door de medicatie. Mijn familie vroeg zich hierdoor af of ik geestelijk niet wat mankeerde

Erg slopend allemaal. Ik dacht maar 1 ding Wat moet ik doen om niet gek te worden? Ik heb de knop op de overlevingstand gezet en stond mezelf niet toe om emoties te tonen want anders ging ik er aan onderdoor. Tijdens de comateuze toestand heb ik ook een klaplong en zware longontsteking gehad en heb maanden aan de nierdialyse gelegen. Na de coma brak er voor mij een zware tijd aan. Een periode vol revalidatie. Een lange weg vol met; trainen, doorzetten, vallen en opstaan. Ik heb bijna drie maanden in het UMCG gelegen en daarna vier weken in Ten Boer in een verzorgingshuis. Dit was vreselijk! Toen brak ik ook echt en heb gesmeekt om daar weg te kunnen. Maar ik kon nog niks! Ik moest het lopen weer leren en zelfs weer leren eten, want na maandenlang sondevoeding te hebben gehad werken je smaakpapillen niet meer.

De oude ben ik nooit weer geworden, maar in het ziekenhuis verwachtte ze dat als ik het al zou halen, dat ik waarschijnlijk de rest van mijn leven in een rolstoel doorbrengen met een zuurstoffles op mijn rug. Ik zou Trea niet zijn geweest als ik niet alles zou doen om het tegendeel te bewijzen. Ik zette alles op alles om weer zelfstandig te kunnen wonen. Heel veel dingen kan ik weer, maar ben wel altijd moe en moet mezelf wel in acht nemen. In het begin is het vooral moeilijk om je grenzen te vinden en die overschreed ik regelmatig. Mijn lichaam wil niet altijd wat mijn koppie wil. In augustus 2012 mocht ik voor het eerst een weekend naar mijn moeder toe en als zij de zorg aankon dan kon dat het volgend weekend weer en gelukkig kon zij de zorg aan. Pas op 1 januari 2013 ben ik weer op mezelf gaan wonen wat nog wel heel zwaar was maar ik wilde het gewoon weer proberen.

Tijdens mij revalidatie heb ik meerdere concoursen bezocht en ik hoopte dat ik ooit zelf ook weer in de springring zou kunnen verschijnen, maar dit is lange tijd onzeker geweest. Daarnaast heb ik getwijfeld of ik wel weer op een paard zou stappen vanwege de risico's. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en in de winter 2014/2015 kreeg ik het genoegen om eens per week een vier jarige paard (v. Bustique x Elmshorn x Cavelier) te rijden van Silvana van der Wal. Dit is een prachtig talentvol paard en hoe gaaf is het dat ik de eer krijg om er springrubrieken voor jonge paarden mee te rijden? Daar zeg ik geen nee tegen!

Voordat ik ziek werd reed ik ook paard en ik had nooit gedacht ooit weer op het paard te zitten maar dit is me toch gelukt waar ik erg trots op ben. Ik kan geen lange dagen concours aan dat is helaas te vermoeiend, maar één á twee keer per week op mijn vriendin haar paard rijden vind ik al geweldig! En de vreselijke spierpijn die ik dan voel neem ik op de koop toe, omdat ik het gewoon te leuk vind. Daarna moet ik mijn lichaam wel weer de nodige rust geven. Nu moet er getraind worden voor een springrubriek voor vierjarige paarden, maar wat de uitslag ook gaat worden een winnaar voel ik me al.

Dat ik meer vergeetachtig ben geworden na mijn ziekte is een ‘struikelblok’ waar ik iedere dag ‘tegenaan’ loop en ook mijn concentratie is een probleem. Maar ik ga er goed mee om. Ik maak bijvoorbeeld boodschappenlijstjes, zet alles in de agenda in mijn telefoon (soms met alarm) en ik vertel mensen eerlijk dat ik soms niet alles onthoud zodat ze er vanaf weten en er rekening mee kunnen houden.
Het is zoals het is en het had erger gekund denk ik maar. Heb echt een engeltje op mijn schouder gehad! Gelukkig ben ik een doorzetter en zit opgeven niet in mijn aard, maar ik zou liegen als ik zei dat het allemaal vanzelf ging. Het is hard werken om steeds weer een beetje meer beter te worden.

Ik hoop dat ik mensen met dit verhaal kan helpen in inspireren om nooit op te geven, want al gaven ze me in het ziekenhuis niet de hoop dat ik nog een ‘menswaardig’ leven tegemoet zou gaan, nu woon ik weer zelfstandig en verschijn weer met een paard in de springring. GEEF NOOIT OP!

Trea Veenstra op Facebook



Ga Terug

Tweets Tineke

 


2013 Alle rechten voorbehouden. Ontworpen en ontwikkeld door: Pro Ontwerp